Opdracht basisscholen PDF Afdrukken E-mailadres

Niks doen is geen optie!


Doel?

Kindermishandeling zoveel mogelijk voorkómen! En als het toch gebeurt: er alles aan doen om het te stoppen.


Hoe?

Door vanuit je beroepsverantwoordelijkheid vroegtijdig te signaleren, de vermoedens van kindermishandeling niet bij jezelf te houden maar bespreekbaar te maken, de situatie van (vermoedelijke)kindermishandeling te (laten) onderzoeken en door hulp op gang te (laten) brengen.


Wie?

Van conciërge tot intern begeleider, van klasse-assistent tot directeur: alle medewerkers binnen de school dragen een bijzondere en directe verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kind met wie zij beroepshalve in aanraking komen.


Waarom noodzakelijk?

Mishandelde kinderen zullen meestal niet uit zichzelf over de situatie vertellen. Het is daarom nodig dat belangrijke personen in de omgeving van het kind vroegtijdig de verantwoordelijkheid nemen om bij zorgwekkende situaties van kinderen in actie te komen.


Wat heb je aan dit digitale handelingsprotocol?

Dit protocol geeft richtlijnen aan alle verschillende beroepskrachten binnen de school voor signalering en handelen bij (een vermoeden)van kindermishandeling en of huiselijk geweld. Het getuige zijn van huiselijk geweld wordt beschouwd als een vorm van kindermishandeling.


Aandachtspunten bij het gebruik van het handelingsprotocol:

  • Denk niet alleen aan kindermishandeling, maar denk breder! - Signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling kunnen ook wijzen op iets anders. Misschien is er sprake van mishandeling, maar wel van ernstige opvoedingsproblemen. Leg bij een vermoeden alles vast wat je opvalt, wat afwijkt bij de individuele leerling om wie het gaat.
  • Denk niet uitsluitend in termen van dader en slachtoffer. Niemand mishandelt zijn kind omdat hij daar lol in heeft. Er is iets ernstigs aan de hand. Natuurlijk is het kind slachtoffer van geweld, misbruik of verwaarlozing, maar door de ouder(s) om wie het gaat uitsluitend als dader aan te merken, is er een grote kans om uit het oog te verliezen dat ze vooral hulp nodig hebben.
  • Wacht niet af, maar neem wel de tijd. Hoewel kindermishandeling zo snel mogelijk moet stoppen, is zorgvuldig handelen van groot belang. Er zijn signalen die je onmiddellijk doen opspringen, maar toch moet voor al te snelle conclusies worden gewaakt. Er is tijd nodig voor observatie, overleg en het opbouwen van vertrouwen bij het kind en de ouders om zo nodig in gesprek te kunnen gaan.
  • Het AMK is laagdrempelig; neem bijtijds contact op. Het AMK is niet bij elke stap in het handelingsprotocol genoemd, maar je kunt er in elke fase met je vragen terecht. Het hoeft ook niet bij één adviesvraag te blijven.
  • Wees je ervan bewust dat je geen hulpverlener bent. Doe wat je kunt en waar je verantwoordelijk voor bent. Ga niet voorbij die grens.


Volgorde van de stappen binnen het handelingsprotocol

De stappen die worden beschreven zijn in een bepaalde volgorde gerangschikt. Maar deze volgorde is niet dwingend. Waar het om gaat, is dat de medewerker op enig moment in het proces alle stappen heeft doorlopen, voordat zij besluit om een melding te doen. Zo zal het soms voor de hand liggen om meteen met de ouders of het kind in gesprek te gaan over bepaalde signalen. In andere gevallen zal de medewerker eerst overleg willen plegen met een collega, met het interne zorgteam, met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling of met het Steunpunt Huiselijk Geweld voordat hij het gesprek met ouders of kinderen aangaat. Ook zullen stappen soms twee of drie keer worden gezet.


Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

In de loop van 2012 zal (naar alle waarschijnlijkheid) de Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling worden ingevoerd. Deze nieuwe wet schrijft voor dat alle organisaties die te maken hebben met kinderen (en gezinnen) moeten gaan werken conform een verplichte meldcode. Uiteraard zal deze wet dus ook gaan gelden voor basisscholen en alle medewerkers die binnen de school werkzaam zijn. Het digitale handelingsprotocol voor het basisonderwijs voldoet aan de eisen en randvoorwaarden van de wet Meldcode.


Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)

Het signaleren en handelen bij vermoedens van kindermishandeling sluit aan op één van de basisrechten van kinderen, zoals verwoord staat in het Internationaal Kinderrechtenverdrag. Dit verdrag is in 1995 door Nederland ondertekend.

  • Artikel 19 IVRK: ‘Het is de plicht van de Staat kinderen te beschermen tegen alle vormen van mishandeling door ouders of door anderen die verantwoordelijk zijn voor de verzorging, en maatregelen te nemen ter voorkoming, opvang en behandeling.’
  • Artikel 24 IVRK: ‘Het recht van kinderen de hoogst mogelijke graad van gezondheid te bereiken en het recht op gezondheidsdiensten, met vooral nadruk op basisgezondheidszorg, op gezondheidsvoorlichting en op verminderen van de kindersterfte. De plicht van de Staat om schadelijke traditionele praktijken af te schaffen…’